TWEE GENERATIES

‘MET OPA WASTE IK DE POEP VAN DE EIEREN’

Tekst Kees Bals Beeld Bas Uterwijk

'DEZE BOERENDOCHTERS VECHTEN MEE, VOOR HUN TOEKOMST'

Samen met zijn dochter Monique runt John van Middelaar het melkveebedrijf De Kastanjeboom. Soms voelt het alsof je tegen de stroom op werkt. Maar: ‘We verkopen een eerlijk product. Ons verhaal klopt.’

Wat voor John van Middelaar (56) de mooiste momenten in zijn werk zijn? Het melken. Dat is het eerste wat hij zegt. ‘Ja ...’ zegt zijn dochter Monique (26) tegen hem. ‘Nu weer ... Het is sinds de kerst dat je weer de ochtenden doet.’ John had een burn-out. De naweeën van een ernstig autoongeluk. Hij werd geramd door een tegenligger die op de verkeerde baan reed. Het duurde een paar jaar voor hij was hersteld. ‘Daarna pas kwam de klap.’

Maar sinds kort is de lol in zijn werk terug. Wat zo mooi is aan melken? ‘De beloning die je krijgt van goede verzorging, goede voeding. Als je ziet hoe groot de gift is. Maar ook al het moment dat de koeien de stal binnenkomen en je ziet ze daar staan ...’ Zijn gezicht trekt helemaal open. ‘Tjakka!’ Met zijn vuisten in de lucht. Dan zijn er nog die andere mooie dingen. Als de koeien in het voorjaar weer naar buiten gaan. De geboorte van een kalf. Het land. En ze fokken, al dertig jaar. ‘Nu zien we daar de vruchten van. Het is genieten om naar de dieren te kijken. We gaan er ook mee naar keuringen.’

Dat ze een eerste prijs hebben gewonnen, komt er met enige aarzeling uit. De foto van de prijskoe staat een beetje weggedrukt op de kast. Het fokken heeft ook een economisch belang. Monique: ‘Je doet het een beetje voor de opbrengst. Een sterke koe zal langer meegaan.’ John: ‘Als je vee wilt verkopen, heeft het een meerwaarde. Dat komt onder meer door de hoge gezondheidsstatus op ons bedrijf. Mensen willen er graag meer voor betalen.’

PUUR

John nam het melkveebedrijf buiten Bunschoten over van zijn ouders. Johns grootvader had ook een boerenbedrijf. Zo’n vijfentwintig jaar werkt John nu voor zichzelf. Hij heeft negentig koeien en dertig stuks jongvee. Dat is waar het bedrijf grotendeels op draait. Daarnaast verzorgt hij zeshonderd varkens op ‘voergeldcontract’. En zijn vrouw Marijke heeft een Landwinkel op het erf. Daar verkoopt ze boerenproducten van collega’s uit de regio: vlees, melk, groente, kaas, koekjes, enzovoorts.

John: ‘Het is waar mogelijk biologisch. En altijd puur: de klant weet waar het product vandaan komt.’ Monique: ‘Het zijn veel kortere ketens dan bij de supermarkt. Een ei dat op maandag is gelegd, ligt dezelfde dag of dinsdag bij ons in de winkel. Een klein deel van onze melk verwerkt mijn moeder tot chocolademelk en ‘scoontjesroom’, de room die je op een Engelse scone eet. Het is een in Nederland erkend streekproduct. Wat je in de supermarkt koopt is geïmporteerd.’

Monique is ‘potentieel bedrijfsopvolger’. Ze werkt bij een mengvoederfabriek. Maar in de ochtenden, avonden en in het weekend helpt ze haar vader. Haar jongere zus Gréanne wil graag ooit de winkel van haar moeder overnemen. John: ‘Zij springt bij als het nodig is op het bedrijf. Haar passie ligt in de winkel. Ze heeft plezier in het contact met de klanten, weet heel makkelijk met mensen om te gaan.’ Ook hun broer Pieter, de jongste in het gezin, wil misschien ooit in aanmerking komen voor het melkveebedrijf.

STIKSTOFCRISIS

Dat John het bedrijf van zijn vader zou overnemen, is nooit een vraag geweest. ‘Het zat er van kinds af aan in. Mijn broer en zus hadden geen belangstelling.’ Monique: ‘Boerendochters gingen in die tijd werken in de zorg of ze trouwden met een boer.’

John: ‘Er werd van uitgegaan dat ik het zou doen. Vanaf dat ik me kan herinneren liep ik mee met mijn vader. In de laatste dertig jaar is er veel veranderd. Het werk op de boerderij bleef hetzelfde, maar steeds meer voelde ik de zorgen op mijn schouders. Ik kreeg meer te maken met de administratie, met steeds meer regels. Ik ben nu de manager van het bedrijf. De groei die het bedrijf onder mijn vader onderging, zal ik niet meemaken. Hij ging van zeven naar zestig koeien. Voor mij is die mogelijkheid er niet meer. Ik kreeg te maken met het melkquotum en vervolgens de fosfaatrechten en ammoniak- en stikstofrechten.’

FOSFAATRECHTEN

Monique: ‘Toen het melkquotum werd afgeschaft, moesten ze op een andere manier er een rem op zetten. Dat werden de fosfaatrechten. Ik kan het niet anders zien.’ John: ‘Als je nu wilt groeien moet je rechten kopen. En je moet aan de eisen van een milieuvergunning voldoen.’ De stikstofcrisis raakt ook De Kastanjeboom. John heeft een vergunning voor een kleine groei. ‘We willen de stal verbreden, voor meer welzijn voor de koeien en het eigen arbeidsgemak. Zeg maar: voor optimalisering en meer duurzaamheid. Die vergunning is vijf jaar geldig, maar op dit moment is het risico te groot om een investering te doen. Er moet eerst meer duidelijkheid komen over hoe het verder gaat met het fosfaat- en stikstofbeleid.’

Monique is twee keer op de tractor naar het Malieveld gereden om te demonstreren. De eerste keer samen met haar zus – hun broer was op dat moment in Canada – in een stoet van driehonderd tractors. John: ‘Kippenvel! Jullie hadden een roze spandoek. Wat stond er ook alweer op?’ Monique: ‘Deze boerendochters vechten ook voor hun toekomst mee.’

POT MET GELD

Bij Monique werd het vuur op dezelfde manier aangestoken als bij haar vader. ‘Ook ik liep mee, na school, op zaterdagen. Ik genoot van een kalfje dat werd geboren. Toen opa er nog was, trok ik met hem op. Samen met hem de poep van de scharreleieren wassen. Dat waren de leuke momenten.’

Dat ze nu bij een mengvoederfabriek werkt, is gedeeltelijk om haar blik te verruimen. Maar het is ook financieel. Het bedrijf is niet groot genoeg voor twee mensen. ‘Bovendien vind ik een overname een hele stap. Waarbij meespeelt dat ik iemand nodig heb die naast me staat, het werk is voor mij alleen te zwaar. En zoals het nu met de stikstof gaat, denk ik soms: ‘What the f….’ Geef me die pot met geld maar, waarover ze het in de politiek hebben dat je die kunt krijgen als je met je bedrijf stopt.’

Vinden John en Monique dat boeren te weinig waardering krijgen? Monique: ‘Ik snap dat boeren dat zeggen. Maar omdat wij de winkel hebben, geldt het minder voor ons. We halen energie uit de reactie van onze klanten.’ John: ‘Mensen weten dat wij een eerlijk product verkopen. Ons verhaal klopt.’

'MELKEN IS HET MOOISTE WAT ER IS'

Deel deze pagina