TOEKOMST

LEVEN NA CORONATIJD

Het coronavirus is nog niet onder de duim, maar we mogen wel alvast dromen van ons leven na corona. Waar verheugen we ons op? Vijf senioren vertellen hun verhaal.

Tekst Andrew Groeneveld Beeld Marc Driessen

Femmy Kauwoh (75) uit Den Helder:

‘Ik ga mijn leven niet door corona laten overheersen. Nu niet, en straks ook niet. Ik leef mijn leven op mijn manier, heb dat altijd gedaan. Na veertig jaar bij Smiths (van de chips, red.) dacht ik: wat er ook gebeurt, ik ga niet in een zwart gat vallen. Dus ben ik meteen sociale contacten gaan zoeken. Ik ging elke donderdag hier naar een café om vrienden te ontmoeten. Vaste prik. Hartstikke leuk. We gaan nu bij elkaar op visite, maar een wijntje en een happie thuis is toch wat anders. We hebben het al over een groot feest dat we gaan vieren na corona. En we gaan meteen weer naar het café natuurlijk. Ja, zo moet je het aanpakken. Ik zie mijn buurvrouwen die een beetje sip geworden zijn. Die vragen mij: hoe doe je dat, hoe blijf je zo vrolijk? Zij doen de boodschappen en gaan thuis een koppie thee drinken en op de kinderen wachten. Dat is ook goed natuurlijk, als zij dat willen, maar dan word je wereld wel heel erg klein. Mijn advies is altijd: ga de straat op. Doe wat!’

John (76) en Corrie (73) Bos uit Hippolytushoef:

John: ‘Of corona iets moois opleverde? Wat een moeilijke vragen allemaal, haha! Wij hebben in elk geval mekaar. We zijn ruim vijftig jaar getrouwd’. Corrie: ‘Moet er niet aan denken dat je alleen bent in deze tijd.’ John: ‘Ons leven is één grote sleur. Nee hoor, helemaal niet waar. Er valt zoveel te doen: fietsen, wandelen, we lopen een rondje langs de dijk en zijn dan helemaal weer opgewekt.’ Corrie: ‘Wees gewoon tevreden met wat je hebt, je kinderen, het huis, als de zon schijnt.’ John: ‘Het fijne is dat mensen elkaar meer gaan groeten. En een praatje maken.’ Corrie: ‘Er is meer behoefte aan contact.’ John: ‘Als corona voorbij is, gaan we meteen naar Zambia en Schotland, waar onze dochters en onze kleinkinderen wonen.’ John: ‘En we geven een buurtbarbecue. De buurt weet nog van niks, maar we zetten gewoon een bakplaat hier tegenover ons huis op het grasveldje. Beetje lawaai maken met een paar boxen, frikadellen erbij. Kinderen zijn daar dol op. En dan maar kijken wat er gebeurt, haha.’ Corrie: ’Zo doen we dat altijd.’

Marjanne de Groot (69) uit Haarlem:

‘Wat zal ik blij zijn als we straks weer mogen vliegen. Ik vind het verschrikkelijk dat je niks kan, behalve wandelen. Ik ken iedere grasspriet en duinpan wel zo’n beetje. Tot corona ging ik vijf keer per jaar op reis, overal naartoe. Vroeger had ik geen geld, maar ik heb mijn huis goed kunnen verkopen. Ik reis altijd low budget hoor. Geen dure hotels, ik slaap waar een bed staat, maakte me allemaal niks uit. Ik was vorig jaar net in Colombia toen ik in quarantaine moest. Toen ik met het laatste vliegtuig terugkwam durfde mijn vriendin mij op Schiphol niet eens te omhelzen. Dat een onzichtbare hand je thuis houdt is een naar gevoel. Ik ben heel voorzichtig, meneer corona is nog niet langs geweest. Mijn vriendin vindt het overigens niet zo leuk dat ik vaak weg ben, maar ze gunt het me wel. Gelukkig hebben we nu ons hondje Saartje. Kan ze daar voor zorgen. Nu maar hopen dat mijn leeftijdscategorie met vaccineren snel aan de beurt is. Het eerste vliegtuig is straks voor mij.’

Anne van Dijk (68) uit Drachten:

‘Als corona straks helemaal voorbij is, ga ik meteen naar café Marktzicht in Drachten. Daar kom ik sinds mijn pensioen al twintig jaar bijna iedere dag. Om koffie te drinken en de krant te lezen en met iedereen, zoals dat gaat, in een handomdraai alle wereldproblemen op te lossen. En ik ga ook met mijn zoon weer naar de bioscoop. Dat was wat wij voor de coronatijd altijd samen deden. Nu moeten we het helaas doen met Netflix. Wat we kijken? We kijken Vikings. Ja, het moet van ons wel een beetje spannend zijn. Ik hoop ook dat we straks als vakbondsconsulenten weer onze wekelijkse inloopspreekuren kunnen houden. Door corona zijn heel veel voorlichtingsbijeenkomsten over pensioenen en feestjes voor jubilarissen de mist in gegaan. Natuurlijk kun je wel digitaal met elkaar praten, maar er zijn 2,5 miljoen laaggeletterden. Voor hen is het lastig. En het is toch anders zonder een mens van vlees en bloed tegenover je. Corona heeft er wel voor gezorgd dat onze telefonische spreekuren een succes zijn geworden en dat je als kaderleden elkaar nu digitaal makkelijker vindt. Het is een bescheiden opbrengst, maar toch een opbrengst.’

Deel deze pagina