NOOIT TE OUD

OM DE CORONA­CRISIS TE BESTRIJDEN

Tekst Eva Prins Beeld Jeannette Schols

'IK BEN MET IETS BEZIG WAT ER TOE DOET'

Bart van den Dobbelsteen (63) werkt sinds dit voorjaar drie tot vier dagen per week als bron- en contactonderzoeker bij de GGD regio Utrecht. Niet voor het geld of een carrière, maar om te helpen. ‘Ik ben blij dat ik kan bijdragen.’

‘Ik heb tijd, dus als ik ergens mee kan helpen, hoor ik het graag.’ Een mailtje met die strekking stuurt Bart van den Dobbelsteen eind maart naar de GGD regio Utrecht. Hij heeft dan al even geen betaald werk meer. Bewust. ‘Ik had me al jong voorgenomen vroeg te stoppen met werken.’ Na ruim 35 jaar in loondienst (de laatste jaren als commercieel manager in de software-industrie), sober leven en bewust sparen, heeft hij dit doel op z’n 55e bereikt.

LOCKDOWN

Sindsdien vult hij zijn dagen grotendeels met bestuurs- en vrijwilligerswerk. Dat komt door de ‘intelligente lockdown’ in het voorjaar echter grotendeels stil te liggen. Door verhalen van familieleden die in de zorg werken én van familie in Noord-Italië, vreest Van den Dobbelsteen dat het met corona wel eens ‘gierend uit de hand kan gaan lopen’. Dus biedt hij zich aan als vrijwilliger.

SOLLICITEREN

In mei krijgt Van den Dobbelsteen bericht terug van de GGD: hij kan solliciteren op de betaalde functie van bron- en contactonderzoeker (bco’er) bij het Coronabedrijf. Hij solliciteert, wordt aangenomen en volgt een opleiding. Sindsdien belt Van den Dobbelsteen als cpo’er mensen die besmet zijn met corona en hun contacten.

MOOI WERK

Hij informeert en adviseert hen en brengt bron en besmettingen zoveel mogelijk in kaart. Mooi werk, vindt hij. ‘Ik heb nog nooit zo’n dynamisch en snel lerend bedrijf meegemaakt. Alles is nieuw en alles verandert razendsnel. Erg leuk. Maar misschien nog belangrijker: ik ben met iets bezig dat er toe doet.’

SCHRIJNEND

Hij maakt wel eens mee dat mensen absoluut niet willen meewerken, maar de meeste mensen zijn blij met z’n telefoontje. De cpo’er maakt geregeld schrijnende situaties mee. ‘Ik heb wel eens gehad dat ik belde en dat de patiënt net was overleden. Dat was heftig.’

HULP

Ook herinnert Van den Dobbelsteen zich een geval waarbij de ouders en twee kinderen ziek op bed lagen en een dochter van veertien de boel draaiende probeerde te houden. ‘Toen ben ik wel uit mijn bco-rol gestapt om te zorgen dat er hulp en ondersteuning voor dit gezin kwam.’

DUIZENDPOOT

Inmiddels hoort Van den Dobbelsteen bij de meest ervaren medewerkers van het nu 1.700 werknemers tellende Coronabedrijf. Nu leidt hij ook nieuwe bco’ers op en werkt hij ze in. Zijn leeftijd, werk- en levenservaring zijn daarbij een pré, denkt de cpo’er. ‘Je moet goed kunnen luisteren en empathisch zijn. Ook moet je de nodige administratieve en computervaardigheden hebben. Je bent wel een beetje een duizendpoot.’

STEENTJE BIJDRAGEN

Een carrière of vaste baan bij de GGD ambieert hij niet. ‘En ik hoef mijn cv ook niet meer te vullen.’ Leuker vindt hij het om juist jonge mensen verder te helpen. ‘En ik ben blij dat ik een klein steentje kan bijdragen aan het indammen van de pandemie. Zo lang het nodig is, doe ik het met veel plezier. En ik hoop dat het op enig moment niet meer nodig is.’

'JE MOET GOED KUNNEN LUISTEREN EN EMPATISCH ZIJN'

Deel deze pagina