VERPLEEGHUIZEN

ONMENSELIJKE SITUATIES TIJDENS LOCKDOWN

Tekst Pien Heuts Beeld Marc Driessen

Ria en Inge Rathje

‘HET IS AFSCHUWELIJK KWETSBARE MENSEN HUN VRIJHEID TE ONTNEMEN’

De sluiting van verpleeg- en verzorgingshuizen in het voorjaar heeft er bij veel ouderen en hun naasten ingehakt. Schrijnende verhalen over wegkwijnende bewoners en machteloze familieleden maakten duidelijk dat de balans tussen veiligheid en vrijheid zoek was. ‘Als ik mijn moeder geen knuffel mag geven, gaat ze dood.’

Wil ik haar laten verpieteren en ziek laten worden, vraagt Inge Rathje (51) zich begin april af. Of neem ik haar mee naar huis? De verpleeghuizen zijn sinds twee weken op slot en een aantal medebewoners en verzorgenden van haar moeder hebben inmiddels corona. Dagelijks gaat Inge naar het verpleeghuis om haar moeder Ria (85) via het raam een verhaaltje te vertellen. ‘Het was schrijnend. Mijn moeder snapte niet wat er aan de hand was. Vergelijk haar met een kind van een jaar. Als ik haar geen knuffel mag geven, gaat ze dood.’

MEE NAAR HUIS

Inge besluit haar moeder uit het verpleeghuis te halen. Een beslissing waar het verpleeghuis niet blij mee is. ‘Ik heb een formulier getekend dat ik de verantwoordelijkheid nam plus het risico dat ze mogelijk niet mocht terugkomen. Ik realiseerde me heel goed hoe zwaar het is om 24 uur zorg te verlenen. Maar het kon, omdat ik tijdelijk werkloos thuis zat vanwege de sluiting van de horeca. En omdat ik in mogelijkheden denk in plaats van problemen.’

SCHRIJNEND

Op 20 maart gingen verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen op slot om bewoners en medewerkers te beschermen tegen besmetting met het coronavirus. Een rigoureuze maatregel die tot schrijnende situaties heeft geleid en bovendien corona-uitbraken niet kon voorkomen. De balans tussen veiligheid en kwaliteit van leven was ver te zoeken. Wanhopige naasten die via ramen, hekken of hoogwerkers probeerden nog enige vorm van contact te houden met partners of ouders vulden de journaalbeelden en krantenkolommen. Pas op 15 juni, na vrijwillige versoepeling eind mei, werden verpleeghuizen verplicht bezoek weer toe te staan.

GEEN VRIJHEID

Dit moet in de toekomst anders, vindt Elleke Alink (62). ‘Het is afschuwelijk kwetsbare mensen hun vrijheid te ontnemen.’ Tijdens het bezoekverbod gaf ze voor haar schoonouders van 89 en 93 jaar regelmatig tasjes met lekkere dingen af. Toen de bezoekregeling werd versoepeld, verheugde Alink zich erop haar schoonouders na maanden weer echt te kunnen zien en spreken. Haar schoonzus, eerste contactpersoon, ging op vakantie en Elleke zou haar gedurende die maand ‘vervangen’.

WOEDEND

Elleke moet daarvoor bij de zorgorganisatie een schriftelijk verzoek indienen. ‘Maar ik kreeg al gauw te horen dat ik geen eerste contactpersoon kon worden. “Dan had uw schoonzus maar niet op vakantie moeten gaan”, was het argument. Dat betekende dat die arme mensen nóg een maand geen bezoek zouden krijgen. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen, tot aan de raad van bestuur. Woedend was ik om het gebrek aan flexibiliteit. Uiteindelijk besloot een interimmanager dat ik toch op bezoek mocht komen.

BABBELDEUR

Maar Alink en haar schoonouders moesten communiceren via een ‘babbeldeur’: een glazen deur met een telefoon aan beide kanten mét een bewaker. ‘De benaming, babbeldeur! Alsof ouderen alleen maar kunnen babbelen. Het heeft heel veel voeten in de aarde gehad om een uurtje bij mijn schoonouders op de kamer te mogen. Ik droeg een mondkapje, terwijl het personeel zonder beschermingsmiddelen rondliep, “want dat hoefde niet van het RIVM”. Werklui liepen in en uit. Het feit dat er vijftien bewoners zijn overleden, werd stilgehouden vanwege “privacyredenen”. Ik snap dat verpleeghuizen overvallen werden door deze pandemie. Maar als zorgprofessional moet je toch ook zelf nadenken, creativiteit tonen en je vooral verplaatsen in cliënten. Communiceer met bezorgde familieleden, kijk wat er wél mogelijk is.’

ONMENSELIJK

De seniorengroep Voorne-Putten van FNV Senioren stuurde begin mei een actieoproep aan het bestuur van FNV Senioren om een einde te maken aan de ‘onmenselijke behandeling’ van veel ouderen in verpleeghuizen. ‘We hebben over zoveel afschuwelijke situaties gehoord’, zegt secretaris Cor Droogers. ‘In deze coronacrisis kwam heel duidelijk naar voren hoe het beleid om partners van elkaar te scheiden uitpakt. Vroeger mocht je samen naar het verzorgingshuis, nu gaat de zieke partner alleen naar het verpleeghuis. Als je dan na zestig jaar huwelijk ook nog eens een bezoekverbod krijgt, is dat dramatisch.’ De FNV moet zich er sowieso sterk voor maken dat ouderen niet langer van elkaar gescheiden mogen worden, vult voorzitter Arie Jongeling van seniorengroep Voorne-Putten aan. ‘En bij een volgende uitbraak moet er echt maatwerk komen.’

MAATWERK

Dat maatwerk is inmiddels afgesproken. Eind maart trok de Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) al bij minister de Jonge (VWS) aan de bel. De focus lag te veel op veiligheid en te weinig op kwaliteit van leven van bewoners in verpleeghuizen. En ondanks beperkingen kwam het virus toch de huizen binnen, aldus LOC. In een handreiking is begin mei afgesproken dat zorgorganisaties bij een volgende uitbraak de ruimte hebben per locatie passende afspraken te maken in overleg met bewoners, naasten, medewerkers en de cliëntenraad.

NOOIT MEER

‘Disproportionele maatregelen als een landelijke sluiting, zijn eens maar nooit weer’, analyseert ook Lili Brouwer, bestuurder van FNV Senioren. ‘Mensen zijn veel te lang verstoken geweest van hun familie; ze zijn aangetast in hun vrijheid. Sommige leden maakten de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog. Als er voldoende beschermingsmiddelen en testcapaciteit is, kan er veel meer balans tussen veiligheid en vrijheid zijn dan nu het geval was. Daar zijn zowel bewoners als medewerkers bij gebaat.’

Tekst loop door onder de foto.

Carla Rouss en haar moeder

NIET WELKOM

Met een heggenschaar snoeiden Carla Rouss (54) en haar man de anderhalve meter hoge groene schutting bij het verpleeghuis, zodat ze haar moeder op het terras van de gemeenschappelijke huiskamer konden zien. Een tweeënhalf meter hoog hek zorgde ervoor dat familieleden op dertien meter van het verpleeghuis moesten blijven. ‘Bezoekers namen geen verantwoordelijkheid en klommen over het lage hek dat er eerst stond’, vertelt Rouss. ‘Ze beseften niet dat ze op die manier kwetsbare mensen konden besmetten.’

KRANIG GEDRAGEN

Al jaren bekommert Rouss zich om haar 86-jarige moeder die ze na verschillende herseninfarcten in huis nam en uiteindelijk toch naar een verpleeghuis moest laten gaan. ‘Ze heeft zich heel kranig gedragen tijdens de lockdown. Voor het telefoontje dat we niet meer welkom waren, kwam ik er zeven dagen per week. Ook als vrijwilliger. Als je drieënhalve maand geen echt contact met elkaar mag hebben, is dat vreselijk.’

DIERENTUIN

Wat Rouss het ergste vond was het gevoel niet welkom te zijn en letterlijk buitengesloten te worden. ‘Je staat achter zo’n hek en krijgt niet eens een kopje koffie. Door die hekken leek het wel een dierentuin. Waar zijn de apennootjes, schamperde mijn man.’ De tenten die later kwamen ervoer Carla Rouss als onveilig. Skypen en beeldbellen was niet mogelijk. ‘De eerste keer dat ik eind juni bij mijn moeder op bezoek mocht, kreeg ik een kookwekker mee. Die werd ingesteld op vijftig minuten.’

KUSHAND

Rouss onderstreept dat sommige verzorgenden echt hun best deden voor de bewoners. ‘Ze draaiden extra diensten en zetten zich meer dan tweehonderd procent in. Maar ze konden niet voorkomen dat bewoners hebben geleden onder het feit dat er nauwelijks dagbesteding was, ze niet naar buiten mochten, niet even iets konden drinken in het restaurant van het verzorgingshuis. Het enige mooie symbool van deze crisis was de kus die ik op afstand naar mijn moeder blies. Dat deden we vroeger al. Die kushand is het enige intieme contact dat we hadden op afstand. Die is zoveel gaan betekenen.’

GOUDEN TIJD

Inge Rathje heeft haar moeder Ria uiteindelijk tien weken in huis. ‘Het waren gouden weken. M’n moeder had kwaliteit van leven, was niet eenzaam. Ze poepte en plaste alles onder, gooide haar eten op de grond, maar we konden doen wat zíj wilde: een wandelingetje maken, online naar een tentoonstelling kijken, samen zingen. Er ontstond een bepaalde energie, alsof ik gedragen werd door de omgeving.’

FEESTJE

Half juni is het moment aangebroken dat Rathje haar moeder moet terugbrengen naar het verpleeghuis. ‘Dat was heftig. Zwaar klote, huilen, verdriet. Maar daar had ik me op voorbereid.’ Het besluit haar moeder uit het verpleeghuis te halen, is ’n goede geweest, vindt Rathje. ‘Ik kijk terug op een hele waardevolle tijd. Elke dag was een feestje. Dat hebben we zelf gecreëerd.’

‘DOOR DIE HEKKEN LEEK HET VERPLEEGHUIS WEL EEN DIERENTUIN’

Deel deze pagina