JUBILARIS

HONDERDJARIGE IS 85 JAAR VAKBONDSLID

‘OP NAAR DE 110’

tekst Luuk Obbink, beeld Marc Driessen

Het komt bijna nooit voor: een man of vrouw die 85 jaar vakbondslid is. Jaap Koomen is het gelukt. De honderd­jarige kijkt terug op een bewogen leven, maar is nog lang niet levensmoe. ‘Ik wil de oudste man van Nederland worden.’

Terugkijkend op zijn jeugd komen direct de verhalen los, die Koomen met een twinkeling in zijn ogen oplepelt, alsof het allemaal gisteren is gebeurd. Bijvoorbeeld hoe hij met kattenkwaad de woede van de plaatselijke dorpsdokter op de hals haalde. Met zijn auto zette deze de achtervolging in op het jochie. Het waren mooie, onbezorgde jaren in Starnmeer, niet ver van Krommenie, waar hij nu in een aanleunwoning woont.


Op zijn veertiende moest hij aan het werk. ‘Ik wilde eigenlijk lithograaf worden, maar er was een leerlingstop. Wel kon ik leerling-meubelmaker worden. In 1934, tijdens m’n eerste baan in een meubelmakerij, werd ik lid van de Algemeene Meubelmakersbond.’ Was het leuk werk, als meubelmaker? ‘Ik heb het 26 jaar uitgehouden, dus ik zou denken van wel.’


Waanzin

De loopbaan van Koomen werd onderbroken door de gitzwarte jaren van de oorlog, waar hij niet zonder droge ogen over kan vertellen. In het kader van de Arbeitseinsatz werkte hij vanaf 1942 in Duitsland, waar hij bij de bevrijding de onbeschrijfelijk zware bombardementen van het Ruhrgebied overleefde. ‘Overdag de Amerikanen, ’s nachts de Engelsen. Ik heb nog altijd een bloedhekel aan de maandelijkse sirenes. En ik heb gruwelijke dingen gezien. Dat laat je nooit meer los. Ongelofelijk hoe wreed mensen kunnen zijn. Oorlog is waanzin.’


Een rooie

Terug in Nederland ging hij weer aan de slag in de meubelmakerij, maar aan de baan kwam resoluut een einde toen hij woorden kreeg met zijn werkgever, over het feit dat hij in de avonduren een tv-kast voor zijn vader maakte. ‘Je besteedt al je energie aan dat rotkastje, zei hij.’ Het boterde toch al niet en toen was de maat vol. ‘Hij was katholiek en ik was een rooie.’ Koomen kon aan de slag als olieman bij Forbo: verantwoordelijk voor het dagelijks smeren van de talloze machines. Het waren rustige tijden, waarin de cao meestal geruisloos tot stand kwam. Doordat Koomen ook weekenddienst had, verdiende het goed. ‘Toen door automatisering de weekenddienst werd afgeschaft, wilde Forbo de toeslag afkopen met eenmalig achthonderd gulden. Dankzij de bond is dat vierhonderd in de maand geworden.’ Toen hij in 1976 knieklachten kreeg, was het pleit snel beslecht: als 57-jarige kon hij met vervroegd pensioen. ‘Ik was een dure’, zegt hij met een grijns.


Bezige bij

En sindsdien is Koomen druk geweest met van alles en nog wat: reizen, fietsen, klussen, pentekeningen maken en ga zo maar door. ‘Ik ben altijd een bezige bij geweest.’ En in 1983 stond hij met de FNV op het Malieveld, tegen de kruisraketten. ‘Er mag wel wat meer actie worden gevoerd.’ Wel is het stilletjes geworden sinds zijn echtgenote in 2003 overleed. En fysiek wordt het allemaal minder. ‘Maar ik ga nog dagelijks met m’n rolstoel over de galerij heen en weer.

En ik lees met een lamp met een vergrootglas.’


Hoogtijdagen beleven gaat ook nog: in september kwam een delegatie van het FNV-bestuur hem feliciteren met zijn zeldzaam lange lidmaatschap van 85 jaar, wat hij zeer wist te waarderen. En op 21 juli vierde hij zijn honderdste verjaardag, met drie generaties nakomelingen. ‘Op naar de 110’, zegt Koomen. ‘Ik wil de oudste man van Nederland worden.’